Zowel bedrijfskunde als (vastgoed)management wordt door velen als multidisciplinair gezien. In de bedrijfskunde heeft een professionele manager niet alleen te maken met de wetenschappelijke stromingen (kritisch realisme, positivisme, etc.), maar ook met begrippen als werkelijkheid, waarneming, waarheid, causaliteit, verificatie, inductie en deductie. Dit komt omdat men in de dagelijkse praktijk te maken heeft met (bedrijfs)problemen en het oplossen daarvan. Het woord “bedrijfsprobleem” klinkt wat negatief, maar het is in feite het verschil tussen de werkelijke en de reëel te veronderstellen bedrijfssituatie, waarbij de toekomstige prestaties (niet alleen van een individu, maar van het bedrijf) concreet verbeterd worden of doelstellingen behaald worden. Dit kan ook een verandertraject zijn. Een professionele manager moet niet alleen het (bedrijfs)probleem oplossen of verandertraject kunnen managen maar moet, alvorens het bedrijfs)probleem of verandertraject goed gedefinieerd is, in staat zijn probleemkluwen te managen. Hij moet dus niet alleen een goed beeld hebben van de huidige werkelijkheid, maar ook hoe deze zich in de toekomst kan ontwikkelen, wetende dat kennis feilbaar is en er andere (betere) perspectieven zijn.

Hoe kan een (interim)manager voor u te werk gaan?

  1. 1. De manager zal een goed beeld van de werkelijkheid en hoe deze zich in de toekomst zal ontwikkelen, met
    verbeteracties of zonder verbeter acties (probleemkluwen).
  2. 2. In deze fase wordt een projectplan of plan van aanpak opgesteld nadat het gekozen bedrijfsprobleem of verbetertraject formeel is vastgesteld (probleemkeuze of probleemdefinitie).
  3. 3. Daarna kunnen we in de diagnosefase kijken naar de context, de aard en de oorzaken van het probleem. T.b.v. de diagnose wordt er vaak gewerkt met causaal diagram, waarin oorzaak-gevolg-relaties inzichtelijk worden.
  4. 4. In de ontwerpfase worden de oplossingsrichtingen en de keuze voor de oplossing met u besproken.
  5. 5. Vervolgens wordt de oplossing geïmplementeerd in een implementatieplan om….
  6. 6. ….in de evaluatiefase te kijken in hoeverre de oplossing ook het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Er wordt geëvalueerd op kwaliteitscriteria voor onderzoek (controleerbaarheid, betrouwbaarheid, validiteit of geldigheid) en op veranderkundige kwaliteitscriteria (bruikbaarheid en draagvlak).

Het kan ook zijn dat u zelf al het bedrijfsprobleem of verbetertraject heeft vastgesteld of een van de andere bovengenoemde fases in beeld heeft. Dit is geen probleem, daar wij u ook in de deelfases van dienst kunnen zijn. Graag kijken wij dan wel naar wat we van u voorgelegd krijgen om te controleren of wij begrijpen wat u bedoelt en/of wat uw doelen zijn. Er valt te denken aan:

    • Het perspectief dat aan de orde is:
      •  Voorgrond / achtergrond.
      •  Lokaal / integraal.
      •  Niveauverschil (strategisch, tactisch of operationeel).
      •  Statisch / dynamisch.
      •  Disciplineverschil (technisch, financieel, commercieel, etc.).
    • Of dezelfde begrippen en definities worden gebruikt voor dezelfde verschijnselen.
    • De betekenis van de voorgestelde cijfers:
      • Inzicht in de orde en grote van de cijfers en zijn de verbanden duidelijk.
      • Staan de cijfers in perspectief met voorgaande jaren of met vergelijkbare ondernemingen.
      • De gemiddelde, spreiding en uitschieters van cijfers.
    • Er zijn altijd bewuste en onbewuste belangen, dus wie zegt wat en waarom. Immers, een metselaar komt met een metselprobleem en een jurist met een juridisch probleem.
    • Of doelen en afspraken niet te kwalitatief of onduidelijk geformuleerd zijn. Deze dienen SMART geformuleerd te zijn (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en in de Tijd te volgen zijn).

De (interim)manager kan ingezet worden in alle bovengenoemde fases van uw afdeling en/of organisatie, of voor kleinere management taken in projectvorm als bijvoorbeeld projectmanager of projectleider